GESCHIEDENIS

 

 Terug

The Old Cheyenne

Two Moons Cheyenne, 1910

Long Fox Assiniboin, 1908

Naar de mening van de meeste antropologen kwam een groep Aziatische jagers van Siberië naar Alaska. Zij achtervolgden waarschijnlijk ijsberen, zeehonden of walrussen. In elk geval bleven ze naar het zuiden trekken.

Eeuwen verliepen en andere groepen zwervende jagers volgden hen. Na verloop van tijd druppelden zij niet meer binnen, maar een langzame maar gestadige stroom van mensen verhuisden naar het zuiden door het Canadese Rotsgebergte naar wat nu het noordwesten van de Verenigde Staten is. Waar deze zwervers ook heen gingen, altijd waren er enkelen die zich ergens vestigden en bleven wonen. Maar de meer avontuurlijken bleven verder trekken. Sommige verspreiden zich oostwaarts naar de Grote Meren en de kust van de Atlantische Oceaan. Andere gingen naar het zuiden, naar Mexico en Midden Amerika. En na een paar duizend jaar - slechts enkele seconden op de klok van de geologische tijdrekening - waren twee continenten bewoond door de Amerikaanse Indianen.


Stapels stenen en beenderen getuigen nog van de trektochten en de geschiedenis van deze eerste Amerikanen. In holen in Oregon, Colorado, Arizona, Texas en Mexico hebben oudheidkundigen Indiaanse wapens gevonden, ook primitief beeldhouwwerk, botten van beesten, waarmee de Indianen zich voedden en de beenderen van Indiaanse doden.


Toen Christopher Columbus in 1492 zijn beroemde reis maakte, zocht hij een korte weg naar Indië. Hij had er geen idee van dat hij toevallig twee grote continenten had ontdekt, die op het westelijk halfrond tussen Europa en Azië lagen. In plaats daarvan geloofde hij dat hij op een eiland in Oost-Indië geland was. Daarom noemde hij in zijn rapporten aan de Spaanse koning de inboorlingen van het door hem ontdekte land "Indianen". En hoewel de echte "Indianen", de bewoners van Indië, een halve wereld verder naar het westen woonden, bleef deze naam in gebruik.
In de duizenden jaren, die liggen tussen het eerste binnentrekken van de Nieuwe Wereld en Columbus ontdekking, ontwikkelden de Amerikaanse Indianen een levenswijze die enig was in de wereld.
Men schat dat er omstreeks 1492 ongeveer dertien miljoen mensen woonden in Noord- en Zuid-Amerika. Hiervan woonden er ongeveer een miljoen verspreid door het gebied, dat nu de Verenigde Staten vormt.
De Noord-Amerikaanse Indianen vormden volstrekt geen eenheid, het was niet één volk, zij waren verdeeld in ongeveer vijfhonderd stammen, en deze stammen waren op hun beurt nog weer verder onderverdeeld in geslachten en gemeenschappen. Sommige stammen telden duizend leden en zwierven rond door uitgestrekte vlakten of grote wouden. Andere stammen bestonden slechts uit enkele tientallen mensen, die zich maar zelden buiten een afgesloten gebied waagden.

Ook waren er ongeveer evenveel Indiaanse talen en dialecten als er Indiaanse stammen waren. Vaak verstond een stam, die in een bepaald dal woonde, de taal niet van een stam uit een ander dal, dat er slechts een paar mijl vanaf lag. Hierdoor was het vaak moeilijk om zich met elkaar te onderhouden. Om deze moeilijkheid tot op zekere hoogte te overwinnen, ontwikkelden de Indianen een primitieve gebarentaal - een reeks gebaren met armen, handen en vingers - waarmee ze eenvoudige mededelingen aan elkaar konden doorgeven. Taalgeleerden kunnen praktisch geen, of zeer geringe gelijkenis bespeuren tussen de verschillede Indianentalen en die van de Oude Wereld, hoewel bepaalde stammen in het noordwesten wel hoge klikgeluiden gebruiken, die vaag op Chinees lijken. Dit gaat waarschijnlijk terug tot de tijd, gehuld in de nevelen der oudheid, toen de oorspronkelijke Oer-Indianen nog in Azië woonden.


In de Tweede Wereldoorlog dienden leden van de Indiaanse stammen, vooral Navaho's en Apachen, in het Amerikaanse leger, in en bij de frontlinies wisselden zij boodschappen uit per radio. Noch de taaldeskundigen in het Japanse leger, noch die bij de Duitsers konden hun talen ontcijferen.
De Indiaanse talen zijn vaak melodieus, prettig om te horen. Zij zijn zeer rijk aan woorden, vol mooie gevormde zinnen en ingewikkelde beschrijvingen. Veel Indiaanse woorden zijn een deel gaan uitmaken van het moderne Amerikaanse, vooral namen van plaatsen en rivieren - Mississippi, Tennessee, Ohio, Iowa, Miami, Susquehanna, Dakota, Oklahoma, Connecticut, Texas, Illinios, enzovoort.

In de allereerste plaats leven de Indianen van de jacht. Huiden van wilde dieren werden gebruikt voor kleding en in sommige gevallen ook tot materiaal voor tenten en hutten. De pezen gebruikten ze als naaigaren voor mocassins en kleren, als vissnoer en als pezen voor hun bogen.

Terug