|
Sitting Bull, aanvoerder van een deel van het leger dat
Custer versloeg, bracht zichzelf en zijn stamleden over de Canadese
grens in veiligheid voor de achtervolgende Amerikaanse
legereenheden. Een blanke handelaar uit Wolf Point vroeg hem
waarom hij en de zijnen niet bereid waren zich over te geven nu ze
bijna van de honger omkwamen:
Omdat
ik een rode man ben. Als de Grote Geest gewenst zou hebben dat
ik blank zou zijn, had hij mij zeker wel zo geschapen. Hij
schonk jouw specifieke wensen en ideeën en in mijn hart deed hij
heel ander leven. Iedere man heeft zijn eigen sterke kanten.
Een adelaar hoeft geen kraai te zijn. Wij zijn nu arm maar
wij zijn vrij. Geen blanke controleert onze voetstappen, bepaalt
waar we gaan of staan. Als we sterven moeten, sterven we terwijl
we onze rechten verdedigen.

Old Tassel, van de Cherokee, ontmoette in juli 1777 op Long
Island Amerikaanse handelaren om een verdrag te
sluiten:
Veel
is er gezegd over het gebrek aan wat jullie 'beschaving' noemen
onder de Indianen. Vele malen is ons voorgesteld jullie wetten,
jullie geloof, jullie manier en gewoonten over te nemen. Wij
zien het voordeel van zulk een verandering niet in. Wij zouden
liever zien dat jullie het goede van deze doctrines zelf zouden
uitvoeren dan dat wij er steeds over moeten horen. Jullie
zeggen: 'waarom bebouwen de Indianen het land niet en leven ze niet
zoals wij?' Zouden wij jullie niet met hetzelfde recht kunnen
vragen: 'waarom jagen de blanken niet en leven ze niet zoals wij
doen?'
Chief
Joseph
De aarde werd
geschapen met de hulp van de zon, en zij had moeten blijven
zoals zij was. Het land werd gemaakt zonder lijnen van grenzen
en het is niemands zaak het te verdelen. Ik zie dat de
blanken over het gehele land zichzelf verrijken en ik
zie hun verlangen om ons landen te geven, die
waardeloos zijn. De aarde en ikzelf zijn van één geest. De
afmeting van het land en de afmeting van onze lichamen zijn gelijk.
Zeg ons, als u dat kunt zeggen, dat u gezonden bent door de
Scheppende Macht om met ons te spreken. Misschien denkt u, dat de
Schepper u naar hier gezonden heeft om met ons te doen wat u
goeddunkt. Als u gezonden was door de Schepper, zou ik
misschien gedacht hebben, dat u het recht had om over mij te
beschikken. Begrijp mij niet verkeerd, maar heb begrip voor mij en
mijn liefde voor dit land. Ik heb nooit gezegd dat het land aan mij
behoorde, om ermee te doen wat mij goeddunkt. Degene die het recht
heeft erover te beschikken is degene die het geschapen heeft. Ik eis
het recht in mijn land te mogen leven, en ik erken uw recht om
in uw land te leven.

Uit de redevoering van
Seattle, het stamhoofd van de Dwamish-Indianen, tot de Amerikaanse
regering, december 1854.
Wij
zijn een deel van de aarde en de aarde is een deel van ons. De
geurende bloemen zijn onze zusters; het hert, het paard en de
machtige adelaar zijn onze broeders. De rotsige hoogten, de
grazige weiden, de lichaamswarmte van pony en mens - alles is aan
elkaar verwant.

White Eagle.
Doe je best, al
lijk je fouten te maken, want hoe kun jij beoordelen of het fouten
zijn.

Ray
Yazzie, Navajo.
Lang
geleden vertelden de mensen dat de verhalen die werden overgeleverd
je sterk konden maken. Zelfs een klein deel van de verhalen kon
jou en je kinderen zo versterken dat je toekomst weer
aankon.
Red Cloud, een van de
beroemdste aanvoerders van de Sioux, door de aanwezigheid van
wegenbouwers op Siouxland, sprak hij met overtuiging op een
Indiaanse bijeenkomst aan de Powder Rivier:
Hoor
mij aan Dakota's! Toen de Grote Vader in Washington ons de
aanvoerder van zijn soldaten, Gen. W.S. Harney, zond om toestemming
te vragen voor een pad door onze jachtvelden. Een weg voor zijn
ijzeren paard naar bergen en de westelijke zee werd ons verteld
dat ze alleen maar ons land zouden doortrekken, niet om zich
onder ons te vestigen, maar om goud te zoeken in het verre
westen. Onze oude stamhoofden dachten hun vriendschap en goede
wil te tonen, door deze gevaarlijke slang in ons midden toe te
laten. Ze beloofden de doortrekkende reizigers te
beschermen. Desondanks, nog voor de as van het vuur van de
raadsvergadering koud was, bouwt de Grote Vader zijn forten op ons
land. Jullie hebben het geluid gehoord van bijlen van de blanke
soldaten bij 'Little Piney'. Hun aanwezigheid hier is een
belediging en een bedreiging. Het is een belediging voor de
geesten van mijn voorouders. Zullen wij dan onze heilige graven
opgeven zodat ze omgeploegd zullen worden voor
graan? Dakota's, ik ben voor oorlog!

Blue Jacket, Shawnee, in april 1789.
Van
alle kanten worden wij door de amerikanen toegesproken, en geen een
keer zeggen ze hetzelfde. Wij denken dat ze ons willen
bedriegen.

Bovenstaande
uitspraken komen uit het boek: "Stemmen uit de eeuwige jachtvelden",
geschreven door Steef Davidson en "Begraaf mijn hart bij de bocht
van de rivier", geschreven door Dee Brown.
Terug
|